Op het situatieschema
Elk kruis staat op de plaats van het lichtpunt in de ruimte: midden in een kamer voor een plafondlicht, tegen de muur
voor een wandlamp. Naast het symbool staat de code van de kring, zodat je ziet bij welke schakelaar het hoort. Hangen
twee lichtpunten aan dezelfde schakelaar, dan dragen ze dezelfde kringletter.
Op het eendraadschema
Op het eendraadschema hangt het kruis op de aftakking van zijn kring, achter de schakelaar die het bedient. Staan er
twee kruisen achter elkaar op één aftakking, dan bedient één schakelaar twee lichtpunten. Een lineaire armatuur houdt
daar haar streep met eindstreepjes.
Waar je op let
- Het kruis van een lichtpunt staat schuin en staat los. In een kader is het noodverlichting, in een cirkel een controlelampje.
- Een kruis in een cirkel met een korte streep eronder is een spot. Kijk bij elke cirkel met kruis dus of die streep er staat.
- De breedstraler (floodlight) heeft geen kruis: een klein, leeg cirkeltje op twee wijd gespreide benen.
- Noodverlichting teken je enkel voor een armatuur die bij een netonderbreking blijft werken.
- Een ledstrip heeft een eigen voeding. Vermeld die bij de strip.
Twijfel je tussen twee kruisvormen? De pagina symbolen die vaak verward worden zet ze naast elkaar.