Naar de inhoud

eendraads.be Symbolenlegende

Symbolen die vaak verward worden

Veel symbolen verschillen in één detail: een stip die groter is, een streepje dat ontbreekt, een lijn aan de andere kant. Op een kleine afdruk of een haastig gelezen plan gaat dat snel mis. Hieronder staan de paren die het vaakst door elkaar gehaald worden, telkens als beeld uit SUPLAN naast elkaar, met het detail dat het verschil maakt.

Drukknop, aftakdoos en inbouwdoos

Alle drie een cirkel. De drukknop heeft een grote gevulde stip, de aftakdoos een kleine, de inbouwdoos geen. Een drukknop hoort bij een bediening en heeft dus een relais of domoticamodule achter zich; een doos is enkel een plaats waar leidingen samenkomen.

Vijf keer een kruis

Een los, schuin kruis is een lichtpunt. In een vierkant kader wordt het noodverlichting, in een cirkel een controlelampje. Ligt er onder die cirkel nog een korte streep, dan is het een spot: dat ene streepje is het hele verschil met het controlelampje. Een streep onder een los kruis, zonder cirkel, is dan weer een wandlamp. De vaatwasmachine heeft schuine lijnen vanuit de hoeken van haar vierkant, maar ze stoppen bij een cirkel in het midden: geen doorlopend kruis.

Wissel, kruis en dubbele wissel

Bij de wisselschakelaar loopt de lijn door het bolletje naar twee kanten. De kruisschakelaar heeft vier armen. De dubbele wisselschakelaar zijn twee wissels naast elkaar, voor twee verschillende lichtpunten. Tel de bolletjes: één bolletje is één schakelaar, twee bolletjes is een dubbele.

Tweepolig en dubbelpolig

Hier is er geen verschil in functie: beide onderbreken fase en nul. Het zijn twee notaties, de ene met twee lijnen in een V, de andere als hefboom met twee contacten. Verwarring ontstaat pas als ze op hetzelfde plan door elkaar staan.

Zonder aarding of zonder kinderveiligheid

Het volledige stopcontact heeft een streep over de top en korte streepjes aan de opening. Mist de streep bovenaan, dan is er geen aarding. Missen de streepjes aan de opening, dan is er geen kinderveiligheid. Op een keuringsplan is dat eerste verschil het belangrijkste om juist te lezen.

Koelkast en diepvriezer, boiler en accumulatieboiler

Eén sterretje is koeling, drie sterretjes diepvriezen. Bij de boiler maakt een tweede cirkel rond de arcering er een boiler met accumulatie van, die opwarmt tijdens de daluren.

kWh-teller en verdeelbord

Twee liggende rechthoeken. In de teller staat kWh, het verdeelbord is een lege rechthoek. Op het grondplan hangen ze vaak naast elkaar, wat de verwarring niet kleiner maakt: staat er niets in het kader, dan is het het bord.

Telefoon en sirene

Allebei een driehoek. De telefoon staat rechtop, zonder aansluitstreepje. De sirene ligt op haar zijde, met een aansluitstreepje aan de achterkant.

Differentieel en differentieelautomaat

In SUPLAN hebben ze dezelfde tekening. Het verschil zit in de tekst: een differentieel draagt een gevoeligheid, zoals 300mA, een differentieelautomaat daarnaast ook een kaliber. Wie enkel naar de vorm kijkt, ziet het niet.

In of op een wand, geleiders of leidingen

Kapjes boven op de lijn: in de wand. Kapjes eronder: op de wand. Schuine streepjes tellen geleiders, rechte streepjes tellen leidingen.

Verwarring voorkomen op je eigen plan

  • Kies per functie één notatie en houd die aan op alle bladen van het plan.
  • Zet de naam erbij waar een vorm weinig zegt, zoals bij een vast toestel of een warmtepomp.
  • Print op een formaat waarop een stip en een streepje nog te onderscheiden zijn.
  • Laat de code naast elk symbool staan. Twijfel je over een vorm, dan wijst de code de weg naar het eendraadschema.