Vragen over symbolen
De vragen die het vaakst terugkomen bij het lezen of tekenen van een elektrisch schema, kort beantwoord. Voor de betekenis van één symbool kies je beter een categorie in de balk bovenaan.
Waar komen de symbolen op een Belgisch elektrisch schema vandaan?
Uit de symbolentabel van het AREI, die aansluit bij de internationale norm voor schemasymbolen (NBN EN 60617). Daardoor lezen installateur, keurder en wie later aan de installatie werkt dezelfde tekens.
Wat als er voor een toestel geen symbool in de tabel staat?
Denk aan wie het plan na jou leest. Voor een warmtepomp staat er geen teken in de officiële tabel; SUPLAN tekent er een vierkant voor met een golf bovenaan en plus en min eronder. Zonder naam kan een lezer daar ook een microgolfoven in zien, want die is een vierkant met twee golflijnen. Schrijf het toestel dus bij zijn teken, dan hoeft niemand te gissen.
Zijn de symbolen op het situatieschema en het eendraadschema dezelfde?
Voor de punten van de installatie wel: een lichtpunt, schakelaar of stopcontact heeft op beide schema's dezelfde vorm en dezelfde code. Plaats en richting verschillen, en de beveiligingen, de teller en de aarding hebben op het eendraadschema hun eigen tekens. Meer daarover op één symbool, twee schema's.
Wat betekent de letter h naast een stopcontact?
Dat het stopcontact spatwaterdicht uitgevoerd is, zoals buiten of in een vochtige ruimte.
Wat betekenen de schuine streepjes op een leiding?
Ze tellen de geleiders in die leiding: drie schuine streepjes is een leiding met drie geleiders. Bij meer geleiders staat er één streepje met een cijfer. Rechte streepjes tellen het aantal leidingen.
Hoe herken je een differentieel op het eendraadschema?
Aan het schakelcontact in een gestreept kader, met een cirkeltje voor de meetring. Ernaast staan de gevoeligheid en het type, zoals 300mA en type A. Een differentieelautomaat heeft in SUPLAN dezelfde tekening, maar draagt daarnaast een kaliber.
Waarom ziet een symbool er in een andere legende soms anders uit?
Voor een aantal functies bestaan twee notaties, zoals de tweepolige en de dubbelpolige schakelaar of de datacontactdoos als U-vorm met UTP en als kader met TD. Kies er één en houd die aan op het hele plan. Of een plan duidelijk genoeg is voor de keuring, beoordeelt de keurder.
Moet er een legende op het plan staan?
Een legende is altijd nuttig voor wie het plan later leest, en zeker nodig als je tekens gebruikt die niet in de symbolentabel staan of een eigen notatie kiest.
Hoe zet je deze symbolen zelf op een plan?
Met de hand, in een tekenprogramma, of in een tekenapp zoals SUPLAN, waar je de symbolen uit een bibliotheek op het grondplan zet en het eendraadschema uit de kringen volgt. SUPLAN kan je 7 dagen proberen zonder betaalkaart, voor één dossier van twee verdiepingen, met een watermerk op de PDF.
Zegt deze legende of mijn installatie in orde is?
Nee. Deze gids legt uit wat de symbolen betekenen. Of een installatie conform is, beslist de keurder bij de keuring.